Open main menu

Contents

DutchEdit

EtymologyEdit

From beschromen.

PronunciationEdit

  • IPA(key): /bəˈsxroːmt/
  • (file)
  • Hyphenation: be‧schroomd
  • Rhymes: -oːmt

AdjectiveEdit

beschroomd (comparative beschroomder, superlative beschroomdst)

  1. timid, shy
    Synonyms: bedeesd, blohartig (dated), schroomvallig, schuchter, verlegen

InflectionEdit

Inflection of beschroomd
uninflected beschroomd
inflected beschroomde
comparative beschroomder
positive comparative superlative
predicative/adverbial beschroomd beschroomder het beschroomdst
het beschroomdste
indefinite m./f. sing. beschroomde beschroomdere beschroomdste
n. sing. beschroomd beschroomder beschroomdste
plural beschroomde beschroomdere beschroomdste
definite beschroomde beschroomdere beschroomdste
partitive beschroomds beschroomders

Derived termsEdit