Open main menu

Contents

DutchEdit

EtymologyEdit

een +‎ vorm +‎ -ig

PronunciationEdit

  • (file)

AdjectiveEdit

eenvormig (comparative eenvormiger, superlative eenvormigst)

  1. uniform

InflectionEdit

Inflection of eenvormig
uninflected eenvormig
inflected eenvormige
comparative eenvormiger
positive comparative superlative
predicative/adverbial eenvormig eenvormiger het eenvormigst
het eenvormigste
indefinite m./f. sing. eenvormige eenvormigere eenvormigste
n. sing. eenvormig eenvormiger eenvormigste
plural eenvormige eenvormigere eenvormigste
definite eenvormige eenvormigere eenvormigste
partitive eenvormigs eenvormigers