ontrouw

Contents

DutchEdit

Dutch Wikipedia has articles on:

Wikipedia nl

EtymologyEdit

on- +‎ trouw

PronunciationEdit

  • (file)
  • Hyphenation: on‧trouw

NounEdit

ontrouw f ‎(uncountable)

  1. infidelity

AdjectiveEdit

ontrouw ‎(not comparable)

  1. unfaithful

DeclensionEdit

Inflection of ontrouw
uninflected ontrouw
inflected ontrouwe
comparative
positive
predicative/adverbial ontrouw
indefinite m./f. sing. ontrouwe
n. sing. ontrouw
plural ontrouwe
definite ontrouwe
partitive ontrouws
Read in another language