onverwacht

Contents

DutchEdit

EtymologyEdit

on- +‎ verwacht

PronunciationEdit

AdjectiveEdit

onverwacht ‎(comparative onverwachter, superlative onverwachtst)

  1. unexpected

DeclensionEdit

Inflection of onverwacht
uninflected onverwacht
inflected onverwachte
comparative onverwachter
positive comparative superlative
predicative/adverbial onverwacht onverwachter het onverwachtst
het onverwachtste
indefinite m./f. sing. onverwachte onverwachtere onverwachtste
n. sing. onverwacht onverwachter onverwachtste
plural onverwachte onverwachtere onverwachtste
definite onverwachte onverwachtere onverwachtste
partitive onverwachts onverwachters

AdverbEdit

onverwacht

  1. unexpectedly

Related termsEdit

Read in another language