Open main menu

Contents

DutchEdit

EtymologyEdit

Compare German versammeln.

PronunciationEdit

  • (file)

VerbEdit

verzamelen

  1. To collect, to gather.

InflectionEdit

Inflection of verzamelen (weak, prefixed)
infinitive verzamelen
past singular verzamelde
past participle verzameld
infinitive verzamelen
gerund verzamelen n
present tense past tense
1st person singular verzamel verzamelde
2nd person sing. (jij) verzamelt verzamelde
2nd person sing. (u) verzamelt verzamelde
2nd person sing. (gij) verzamelt verzamelde
3rd person singular verzamelt verzamelde
plural verzamelen verzamelden
subjunctive sing.1 verzamele verzamelde
subjunctive plur.1 verzamelen verzamelden
imperative sing. verzamel
imperative plur.1 verzamelt
participles verzamelend verzameld
1) Archaic.

Derived termsEdit