Contents

DutchEdit

AbbreviationsEdit

PronunciationEdit

EtymologyEdit

From waar (true) +‎ schijn (appear) +‎ -lijk (-ly).

AdverbEdit

waarschijnlijk

  1. probably

AdjectiveEdit

waarschijnlijk (comparative waarschijnlijker, superlative waarschijnlijkst)

  1. probable, likely

InflectionEdit

Inflection of waarschijnlijk
uninflected waarschijnlijk
inflected waarschijnlijke
comparative waarschijnlijker
positive comparative superlative
predicative/adverbial waarschijnlijk waarschijnlijker het waarschijnlijkst
het waarschijnlijkste
indefinite m./f. sing. waarschijnlijke waarschijnlijkere waarschijnlijkste
n. sing. waarschijnlijk waarschijnlijker waarschijnlijkste
plural waarschijnlijke waarschijnlijkere waarschijnlijkste
definite waarschijnlijke waarschijnlijkere waarschijnlijkste
partitive waarschijnlijks waarschijnlijkers

Derived termsEdit