Open main menu

Contents

DutchEdit

EtymologyEdit

geest +‎ -lijk

PronunciationEdit

  • (file)

AdjectiveEdit

geestelijk (comparative geestelijker, superlative geestelijkst)

  1. spiritual
  2. mental

InflectionEdit

Inflection of geestelijk
uninflected geestelijk
inflected geestelijke
comparative geestelijker
positive comparative superlative
predicative/adverbial geestelijk geestelijker het geestelijkst
het geestelijkste
indefinite m./f. sing. geestelijke geestelijkere geestelijkste
n. sing. geestelijk geestelijker geestelijkste
plural geestelijke geestelijkere geestelijkste
definite geestelijke geestelijkere geestelijkste
partitive geestelijks geestelijkers

Related termsEdit

AdverbEdit

geestelijk

  1. spiritually
  2. mentally

AntonymsEdit