Open main menu

Wiktionary β

Contents

DutchEdit

PronunciationEdit

VerbEdit

gluren

  1. To peek
    onze kat zit verdacht vaak naar de parkiet te glurenour cat sits often to peek suspiciously the parakeet

InflectionEdit

Inflection of gluren (weak)
infinitive gluren
past singular gluurde
past participle gegluurd
infinitive gluren
gerund gluren n
verbal noun
present tense past tense
1st person singular gluur gluurde
2nd person sing. (jij) gluurt gluurde
2nd person sing. (u) gluurt gluurde
2nd person sing. (gij) gluurt gluurde
3rd person singular gluurt gluurde
plural gluren gluurden
subjunctive sing.1 glure gluurde
subjunctive plur.1 gluren gluurden
imperative sing. gluur
imperative plur.1 gluurt
participles glurend gegluurd
1) Archaic.