Open main menu

Wiktionary β

Contents

DutchEdit

EtymologyEdit

From kost +‎ -e- +‎ -lijk.

PronunciationEdit

AdjectiveEdit

kostelijk (comparative kostelijker, superlative kostelijkst)

  1. fantastic, enjoyable
    Deze peer heeft een kostelijke smaak.This pear has a fantastic taste.

InflectionEdit

Inflection of kostelijk
uninflected kostelijk
inflected kostelijke
comparative kostelijker
positive comparative superlative
predicative/adverbial kostelijk kostelijker het kostelijkst
het kostelijkste
indefinite m./f. sing. kostelijke kostelijkere kostelijkste
n. sing. kostelijk kostelijker kostelijkste
plural kostelijke kostelijkere kostelijkste
definite kostelijke kostelijkere kostelijkste
partitive kostelijks kostelijkers

AdverbEdit

kostelijk

  1. fantastically, enjoyably
    Ik heb me kostelijk vermaakt.I had a great time.