kostelijk

Contents

DutchEdit

PronunciationEdit

AdjectiveEdit

kostelijk ‎(comparative kostelijker, superlative kostelijkst)

  1. fantastic, enjoyable
    Deze peer heeft een kostelijke smaak.‎ ― This pear has a fantastic taste.

DeclensionEdit

Inflection of kostelijk
uninflected kostelijk
inflected kostelijke
comparative kostelijker
positive comparative superlative
predicative/adverbial kostelijk kostelijker het kostelijkst
het kostelijkste
indefinite m./f. sing. kostelijke kostelijkere kostelijkste
n. sing. kostelijk kostelijker kostelijkste
plural kostelijke kostelijkere kostelijkste
definite kostelijke kostelijkere kostelijkste
partitive kostelijks kostelijkers

AdverbEdit

kostelijk

  1. fantastically, enjoyably
    Ik heb me kostelijk vermaakt.‎ ― I had a great time.
Read in another language