menselijk

Contents

DutchEdit

EtymologyEdit

mens +‎ -lijk

PronunciationEdit

AdjectiveEdit

menselijk ‎(comparative menselijker, superlative menselijkst)

  1. human
  2. humane

DeclensionEdit

Inflection of menselijk
uninflected menselijk
inflected menselijke
comparative menselijker
positive comparative superlative
predicative/adverbial menselijk menselijker het menselijkst
het menselijkste
indefinite m./f. sing. menselijke menselijkere menselijkste
n. sing. menselijk menselijker menselijkste
plural menselijke menselijkere menselijkste
definite menselijke menselijkere menselijkste
partitive menselijks menselijkers

Derived termsEdit

Read in another language