naarstig

DutchEdit

EtymologyEdit

From Middle Dutch nernstich, from nernst + -ich, with nernst a variant of ernst (seriousness; industry, diligence). Equivalent to naarst +‎ -ig. This etymology is incomplete. You can help Wiktionary by elaborating on the origins of this term.

PronunciationEdit

  • IPA(key): /ˈnaːr.stəx/
  • (file)
  • Hyphenation: naar‧stig

AdjectiveEdit

naarstig (comparative naarstiger, superlative naarstigst)

  1. assiduous, diligent, industrious

InflectionEdit

Inflection of naarstig
uninflected naarstig
inflected naarstige
comparative naarstiger
positive comparative superlative
predicative/adverbial naarstig naarstiger het naarstigst
het naarstigste
indefinite m./f. sing. naarstige naarstigere naarstigste
n. sing. naarstig naarstiger naarstigste
plural naarstige naarstigere naarstigste
definite naarstige naarstigere naarstigste
partitive naarstigs naarstigers

SynonymsEdit

Derived termsEdit

Related termsEdit

DescendantsEdit

  • Afrikaans: naarstig