vernaaien

DutchEdit

EtymologyEdit

From ver- +‎ naaien.

PronunciationEdit

VerbEdit

vernaaien ‎(past singular vernaaide, past participle vernaaid)

  1. to adjust, to modify through sewing
  2. (vulgar) to screw up, to fuck up

ConjugationEdit

Inflection of vernaaien (weak, prefixed)
infinitive vernaaien
past singular vernaaide
past participle vernaaid
infinitive vernaaien
gerund vernaaien n
verbal noun
present tense past tense
1st person singular vernaai vernaaide
2nd person sing. (jij) vernaait vernaaide
2nd person sing. (u) vernaait vernaaide
2nd person sing. (gij) vernaait vernaaide
3rd person singular vernaait vernaaide
plural vernaaien vernaaiden
subjunctive sing.1 vernaaie vernaaide
subjunctive plur.1 vernaaien vernaaiden
imperative sing. vernaai
imperative plur.1 vernaait
participles vernaaiend vernaaid
1) Archaic.

SynonymsEdit