Open main menu

Contents

DutchEdit

PronunciationEdit

  • (file)
  • Rhymes: -ɛi̯dən

Etymology 1Edit

Germanic, cognate with side, German Seite

NounEdit

zijden

  1. Plural form of zijde

Etymology 2Edit

zijde +‎ -en, cognate with German seiden

AdjectiveEdit

zijden (not comparable)

  1. Made of silk, silken
  2. Like silk, silky
    De zijden glans van levend bont moet niet onderdoen voor die van de fijnste zijden gewaden.
    The silky shine of live fur matches that of the finest silk robes.
InflectionEdit
Inflection of zijden
uninflected zijden
inflected zijden
comparative
positive
predicative/adverbial
indefinite m./f. sing. zijden
n. sing. zijden
plural zijden
definite zijden
partitive
SynonymsEdit

AnagramsEdit