Open main menu



From Middle Dutch ommecomen (to pass by, end, die). Cognate with Middle High German umbekomen (to pass by, end, die), whence modern German umkommen. Compare the phrase om het leven komen, and further ombrengen, om het leven brengen. Regarding the broader semantic use in both Middle Dutch and Middle High German, it is not certain that the short verbs are mere ellipses of the phrases with leven, though they have without doubt been influenced by them.


  • (file)



  1. to perish


Inflection of omkomen (strong class 4, irregular, separable)
infinitive omkomen
past singular kwam om
past participle omgekomen
infinitive omkomen
gerund omkomen n
main clause subordinate clause
present tense past tense present tense past tense
1st person singular kom om kwam om omkom omkwam
2nd person sing. (jij) komt om kwam om omkomt omkwam
2nd person sing. (u) komt om kwam om omkomt omkwam
2nd person sing. (gij) komt om kwaamt om omkomt omkwaamt
3rd person singular komt om kwam om omkomt omkwam
plural komen om kwamen om omkomen omkwamen
subjunctive sing.1 kome om kwame om omkome omkwame
subjunctive plur.1 komen om kwamen om omkomen omkwamen
imperative sing. kom om
imperative plur.1 komt om
participles omkomend omgekomen
1) Archaic.

See alsoEdit