onderstellen

DutchEdit

Etymology 1Edit

A calque of Latin suppōnō, equivalent to onder- +‎ stellen.

PronunciationEdit

  • IPA(key): /ˌɔn.dərˈstɛ.lə(n)/
  • Hyphenation: on‧der‧stel‧len
  • Rhymes: -ɛlən

VerbEdit

onderstellen

  1. (transitive) to assume, suppose
InflectionEdit
Inflection of onderstellen (weak, prefixed)
infinitive onderstellen
past singular onderstelde
past participle ondersteld
infinitive onderstellen
gerund onderstellen n
present tense past tense
1st person singular onderstel onderstelde
2nd person sing. (jij) onderstelt onderstelde
2nd person sing. (u) onderstelt onderstelde
2nd person sing. (gij) onderstelt onderstelde
3rd person singular onderstelt onderstelde
plural onderstellen onderstelden
subjunctive sing.1 onderstelle onderstelde
subjunctive plur.1 onderstellen onderstelden
imperative sing. onderstel
imperative plur.1 onderstelt
participles onderstellend ondersteld
1) Archaic.
Derived termsEdit

Etymology 2Edit

See the etymology of the corresponding lemma form.

PronunciationEdit

  • IPA(key): /ˈɔn.dərˌstɛ.lə(n)/
  • (file)
  • Hyphenation: on‧der‧stel‧len

NounEdit

onderstellen

  1. Plural form of onderstel