Open main menu

Contents

DutchEdit

EtymologyEdit

ont- (un-) +‎ wikkelen (wind)

PronunciationEdit

  • (file)

VerbEdit

ontwikkelen

  1. To develop.

InflectionEdit

Inflection of ontwikkelen (weak, prefixed)
infinitive ontwikkelen
past singular ontwikkelde
past participle ontwikkeld
infinitive ontwikkelen
gerund ontwikkelen n
verbal noun
present tense past tense
1st person singular ontwikkel ontwikkelde
2nd person sing. (jij) ontwikkelt ontwikkelde
2nd person sing. (u) ontwikkelt ontwikkelde
2nd person sing. (gij) ontwikkelt ontwikkelde
3rd person singular ontwikkelt ontwikkelde
plural ontwikkelen ontwikkelden
subjunctive sing.1 ontwikkele ontwikkelde
subjunctive plur.1 ontwikkelen ontwikkelden
imperative sing. ontwikkel
imperative plur.1 ontwikkelt
participles ontwikkelend ontwikkeld
1) Archaic.

Related termsEdit