vertegenwoordigen

DutchEdit

EtymologyEdit

From ver- + tegenwoordig + -en.

PronunciationEdit

  • (file)

VerbEdit

vertegenwoordigen

  1. to represent

InflectionEdit

Inflection of vertegenwoordigen (weak, prefixed)
infinitive vertegenwoordigen
past singular vertegenwoordigde
past participle vertegenwoordigd
infinitive vertegenwoordigen
gerund vertegenwoordigen n
present tense past tense
1st person singular vertegenwoordig vertegenwoordigde
2nd person sing. (jij) vertegenwoordigt vertegenwoordigde
2nd person sing. (u) vertegenwoordigt vertegenwoordigde
2nd person sing. (gij) vertegenwoordigt vertegenwoordigde
3rd person singular vertegenwoordigt vertegenwoordigde
plural vertegenwoordigen vertegenwoordigden
subjunctive sing.1 vertegenwoordige vertegenwoordigde
subjunctive plur.1 vertegenwoordigen vertegenwoordigden
imperative sing. vertegenwoordig
imperative plur.1 vertegenwoordigt
participles vertegenwoordigend vertegenwoordigd
1) Archaic.

Derived termsEdit

DescendantsEdit

  • Afrikaans: verteenwoordig