Contents

DutchEdit

PronunciationEdit

AdjectiveEdit

vervelend ‎(comparative vervelender, superlative vervelendst)

  1. boring, uninteresting
  2. annoying, causing irritation or annoyance; vexatious
  3. troublesome

InflectionEdit

Inflection of vervelend
uninflected vervelend
inflected vervelende
comparative vervelender
positive comparative superlative
predicative/adverbial vervelend vervelender het vervelendst
het vervelendste
indefinite m./f. sing. vervelende vervelendere vervelendste
n. sing. vervelend vervelender vervelendste
plural vervelende vervelendere vervelendste
definite vervelende vervelendere vervelendste
partitive vervelends vervelenders

SynonymsEdit

Related termsEdit

ParticipleEdit

vervelend

  1. present participle of vervelen

InflectionEdit

Inflection of vervelend
uninflected vervelend
inflected vervelende
comparative
positive
predicative/adverbial vervelend
vervelende
indefinite m./f. sing. vervelende
n. sing. vervelend
plural vervelende
definite vervelende
partitive vervelends

AnagramsEdit