Open main menu

DutchEdit

EtymologyEdit

From be- +‎ wonder +‎ -en.

PronunciationEdit

  • IPA(key): /bəˈʋɔndərə(n)/
  • (file)
  • Hyphenation: be‧won‧de‧ren

VerbEdit

bewonderen

  1. (transitive) to admire

InflectionEdit

Inflection of bewonderen (weak, prefixed)
infinitive bewonderen
past singular bewonderde
past participle bewonderd
infinitive bewonderen
gerund bewonderen n
present tense past tense
1st person singular bewonder bewonderde
2nd person sing. (jij) bewondert bewonderde
2nd person sing. (u) bewondert bewonderde
2nd person sing. (gij) bewondert bewonderde
3rd person singular bewondert bewonderde
plural bewonderen bewonderden
subjunctive sing.1 bewondere bewonderde
subjunctive plur.1 bewonderen bewonderden
imperative sing. bewonder
imperative plur.1 bewondert
participles bewonderend bewonderd
1) Archaic.

Derived termsEdit