kersenrood

DutchEdit

EtymologyEdit

From kers (cherry) +‎ -en- +‎ rood (red).

PronunciationEdit

  • Rhymes: -oːt
  • (file)
  • Hyphenation: ker‧sen‧rood

AdjectiveEdit

kersenrood (comparative kersenroder, superlative kersenroodst)

  1. cherry red

InflectionEdit

Inflection of kersenrood
uninflected kersenrood
inflected kersenrode
comparative kersenroder
positive comparative superlative
predicative/adverbial kersenrood kersenroder het kersenroodst
het kersenroodste
indefinite m./f. sing. kersenrode kersenrodere kersenroodste
n. sing. kersenrood kersenroder kersenroodste
plural kersenrode kersenrodere kersenroodste
definite kersenrode kersenrodere kersenroodste
partitive kersenroods kersenroders

SynonymsEdit

See alsoEdit

Colors in Dutch · kleuren (layout · text)
     wit      grijs      zwart
             rood; karmijnrood              oranje; bruin              geel; roomwit
             groengeel/limoengroen              groen             
             blauwgroen/cyaan; groenblauw/petrolblauw              azuurblauw              blauw
             violet; indigo              magenta; paars              roze