Open main menu

Wiktionary β

See also: Paars

Contents

DutchEdit

 
Dutch Wikipedia has an article on:
Wikipedia nl

PronunciationEdit

EtymologyEdit

From Middle Dutch paers, peers, pers, from French pers, from Latin persus (peach colour).[1]

AdjectiveEdit

paars (comparative paarser, superlative meest paars or paarst)

  1. purple
  2. (politics) relating to cooperation between liberals and social democrats of the third way

InflectionEdit

Inflection of paars
uninflected paars
inflected paarse
comparative paarser
positive comparative superlative
predicative/adverbial paars paarser het paarst
het paarste
indefinite m./f. sing. paarse paarsere paarste
n. sing. paars paarser paarste
plural paarse paarsere paarste
definite paarse paarsere paarste
partitive paars paarsers

See alsoEdit

Colors in Dutch · kleuren (layout · text)
     wit      grijs      zwart      bruin
             roze              rood, karmijnrood              oranje              geel, roomwit
             groengeel/limoengroen              groen              {{{mint green}}}, {{{dark green}}}              blauwgroen/cyaan, groenblauw/petrolblauw
             azuurblauw              blauw              violet, indigo              magenta, paars

AnagramsEdit

ReferencesEdit

  1. ^ paars; in: J. de Vries & F. de Tollenaere, "Etymologisch Woordenboek", Uitgeverij Het Spectrum, Utrecht, 1986 (14de druk)

LatvianEdit

VerbEdit

paars

  1. 3rd person singular future indicative form of paart
  2. 3rd person plural future indicative form of paart