From snuiver (submarine snorkel). First attested in public sources in 1950 after an arctic expedition of the HNLMS Dolfijn.




  1. (intransitive, nautical, of submarines) to sail at periscope depth by means of a snorkel.
    • 2013, Larry Bond, Ramkoers, Karakter Uitgevers (publ.).
      De Song stopte met snuiveren en voer met maximale vaart weg naar het noorden.
      The Song stopped snorkelling at periscope depth and sailed away to the north at maximum speed.


Inflection of snuiveren (weak)
infinitive snuiveren
past singular snuiverde
past participle gesnuiverd
infinitive snuiveren
gerund snuiveren n
present tense past tense
1st person singular snuiver snuiverde
2nd person sing. (jij) snuivert snuiverde
2nd person sing. (u) snuivert snuiverde
2nd person sing. (gij) snuivert snuiverde
3rd person singular snuivert snuiverde
plural snuiveren snuiverden
subjunctive sing.1 snuivere snuiverde
subjunctive plur.1 snuiveren snuiverden
imperative sing. snuiver
imperative plur.1 snuivert
participles snuiverend gesnuiverd
1) Archaic.