Open main menu

Contents

DutchEdit

EtymologyEdit

toe 'ad-' + schrijven 'scribe' – ascribe

PronunciationEdit

  • (file)

VerbEdit

toeschrijven

  1. to ascribe, attribute (followed by aan)
    Ik schrijf de huidige stijging van de werkloosheid aan de onbekwaamheid van de gemeenteraad toe.
    I attribute the current increase in unemployment to the incompetence of the city council.
    In hoeverre kunnen we God persoonlijkheid toeschrijven?
    To what extent can we ascribe personality to God?

InflectionEdit

Inflection of toeschrijven (strong class 1, separable)
infinitive toeschrijven
past singular schreef toe
past participle toegeschreven
infinitive toeschrijven
gerund toeschrijven n
main clause subordinate clause
present tense past tense present tense past tense
1st person singular schrijf toe schreef toe toeschrijf toeschreef
2nd person sing. (jij) schrijft toe schreef toe toeschrijft toeschreef
2nd person sing. (u) schrijft toe schreef toe toeschrijft toeschreef
2nd person sing. (gij) schrijft toe schreeft toe toeschrijft toeschreeft
3rd person singular schrijft toe schreef toe toeschrijft toeschreef
plural schrijven toe schreven toe toeschrijven toeschreven
subjunctive sing.1 schrijve toe schreve toe toeschrijve toeschreve
subjunctive plur.1 schrijven toe schreven toe toeschrijven toeschreven
imperative sing. schrijf toe
imperative plur.1 schrijft toe
participles toeschrijvend toegeschreven
1) Archaic.

See alsoEdit

AnagramsEdit