Open main menu

Wiktionary β

Contents

DutchEdit

EtymologyEdit

From be- +‎ antwoorden

PronunciationEdit

VerbEdit

beantwoorden

  1. (transitive) to answer, reply to
    Er was niemand die de vraag van de leraar kon beantwoorden.
    There was no one who could answer the teacher's question.

InflectionEdit

Inflection of beantwoorden (weak, prefixed)
infinitive beantwoorden
past singular beantwoordde
past participle beantwoord
infinitive beantwoorden
gerund beantwoorden n
verbal noun
present tense past tense
1st person singular beantwoord beantwoordde
2nd person sing. (jij) beantwoordt beantwoordde
2nd person sing. (u) beantwoordt beantwoordde
2nd person sing. (gij) beantwoordt beantwoordde
3rd person singular beantwoordt beantwoordde
plural beantwoorden beantwoordden
subjunctive sing.1 beantwoorde beantwoordde
subjunctive plur.1 beantwoorden beantwoordden
imperative sing. beantwoord
imperative plur.1 beantwoordt
participles beantwoordend beantwoord
1) Archaic.

Derived termsEdit