Open main menu

Contents

DutchEdit

EtymologyEdit

toe- +‎ kennen

PronunciationEdit

  • (file)
  • Hyphenation: toe‧kennen

VerbEdit

toekennen

  1. to confer – in the sense of grant, bestow
    De firma kent sterren aan restaurants toe als teken van de kwaliteit.[1] — The firm confers stars to restaurants as a token of quality.

InflectionEdit

Inflection of toekennen (weak, separable)
infinitive toekennen
past singular kende toe
past participle toegekend
infinitive toekennen
gerund toekennen n
main clause subordinate clause
present tense past tense present tense past tense
1st person singular ken toe kende toe toeken toekende
2nd person sing. (jij) kent toe kende toe toekent toekende
2nd person sing. (u) kent toe kende toe toekent toekende
2nd person sing. (gij) kent toe kende toe toekent toekende
3rd person singular kent toe kende toe toekent toekende
plural kennen toe kenden toe toekennen toekenden
subjunctive sing.1 kenne toe kende toe toekenne toekende
subjunctive plur.1 kennen toe kenden toe toekennen toekenden
imperative sing. ken toe
imperative plur.1 kent toe
participles toekennend toegekend
1) Archaic.

AnagramsEdit